Ga naar de inhoud
Ga naar het zoeken

Onderzoek declaraties voormalig wethouder afgerond

27 maart 2018

Het onderzoek van Berenschot naar declaratiegedrag van voormalig wethouder Van Cranenbroek is afgerond. Op maandagavond 26 maart 2018 vergaderde de gemeenteraad van de gemeente Baarle-Nassau over de onderzoeksresultaten. De aanleiding voor dit onderzoek dateert van eind 2017.

Destijds ontving de gemeente van het Brabants Dagblad een verzoek op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). Hierin werd gevraagd inzicht te geven in de declaraties van onder meer de leden van het college van burgemeester en wethouders in 2016.

Bij archivering van de toegezonden stukken aan het Brabants Dagblad is een aantal declaraties van toenmalig wethouder Van Cranenbroek opgevallen bij de gemeentesecretaris. Het betrof hier gedeclareerde reiskosten voor bezoeken aan de plaats Budel in de gemeente Cranendonck. Omdat hier geen directe relatie ligt met de gemeente Baarle-Nassau en de toenmalig wethouder afkomstig is uit Budel, zijn zorgen gerezen over de desbetreffende declaraties.

Een eerste interne verkenning heeft deze zorgen onderstreept. Op basis van deze interne verkenning heeft de burgemeester in februari besloten om met een onafhankelijk onderzoek vast te laten stellen of en in welke mate er sprake is van het overtreden van regels op het gebied van integriteit door de voormalig wethouder.

Het onderzoek naar de declaraties van oud-wethouder van Cranenbroek heeft in de afgelopen weken veel stof doen opwaaien. In de eerste plaats was de constatering dat er mogelijk sprake was van onrechtmatige declaraties door de wethouder op zichzelf al zeer verontrustend. Vervolgens heeft de keuze van de wethouder om de uitkomsten van het onafhankelijk extern onderzoek niet af te wachten, maar zijn functie neer te leggen en diverse uitlatingen in de media te doen, het college onaangenaam verrast en vooral zeer verbaasd.

We hebben er voor gekozen om niet eerder op de diverse uitlatingen te reageren maar de van begin af aan gekozen insteek van zorgvuldigheid en eerst de feiten op tafel op basis van onafhankelijk onderzoek te blijven eerbiedigen.

Deze keuze is in februari gemaakt op basis van meervoudig advies van juristen en in nauwe afstemming met het kabinet van de Commissaris van de Koning. Gezien de verplichting in de gemeentewet, inzake situaties waarin sprake is van vermeend niet integer handelen, was nader extern onderzoek daarbij geen keuze maar onvermijdbaar en onuitstelbaar.

We nemen dan ook nadrukkelijk afstand van welke insinuatie dan ook over de afwegingen die aan het onderzoek ten grondslag hebben gelegen.

Op basis van het onderzoek stelt Berenschot vast dat vier van de vijf reizen (17 en 31 oktober 2016, 16 maart 2017 en 29 mei 2017), waarvan de heer J. van Cranenbroek de kosten heeft gedeclareerd, niet primair zijn gemaakt ten behoeve van de gemeente Baarle-Nassau maar ten behoeve van privédoeleinden. Dit betekent dat de heer J. van Cranenbroek ten onrechte een beroep heeft gedaan op de verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissielieden en in strijd heeft gehandeld met de Gedragscode bestuurlijke integriteit van de gemeente Baarle-Nassau.

Bovendien concludeert Berenschot dat door deze vier declaraties van dienstreizen de schijn van belangenverstrengeling is ontstaan. Tijdens het onderzoek naar de declaraties is tevens geconstateerd dat de heer Van Cranenbroek op meerdere momenten zijn e-mailadres van de gemeente Baarle-Nassau (zakelijk) gebruikt heeft om de belangen van zijn familielid (privé) te vertegenwoordigen. Door dit e- mailadres te gebruiken kan de indruk gewekt worden dat namens (het college van) de gemeente Baarle-Nassau wordt gecommuniceerd terwijl dit niet het geval is.

In tegenstelling tot de vier hierboven benoemde declaraties is er geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de declaratie van reiskosten inzake de afspraak op 21 oktober 2016 met de eigenaar van een adviesbureau in de gemeente Cranendonck. Voor zover Berenschot vast heeft kunnen stellen, vond deze afspraak plaats in het kader van de uitoefening van zijn ambt.

Met het opleveren van het onderzoeksrapport door Berenschot en de raadsvergadering over dit onderwerp, achten we de kwestie nu als afgehecht.

Het moge duidelijk zijn dat de declaratiekwestie van de oud-wethouder slechts verliezers kent. Deze casus schaadt immers niet alleen de reputatie van een persoon maar straalt ook impliciet af op het imago van het totale gemeentebestuur in Baarle-Nassau. In zijn algemeenheid, maar zeker ook in de context van de noodzakelijke versterking van onze bestuurskracht, is een dergelijke kwestie onwenselijk en onacceptabel.

Het gemeentebestuur zal zich er gezamenlijk voor inspannen om te voorkomen dat een dergelijke situatie zich in de toekomst herhaalt. Daarmee gaan we met de nieuwe gemeenteraad aan de slag.

Integriteit is immers randvoorwaardelijk voor het adequaat functioneren van het bestuur van de gemeente Baarle-Nassau.